Lijden

  • -

Lijden

Category : Artikelen

(Olieverf, Rembrandt van Rijn, AD 1630 – Jeremia treurt over de ondergang van Jeruzalem)

Er is in de geschiedenis veel geschreven over het lijden in de wereld. Boekenplanken vol. Ik heb niet de illusie hier aan toe te voegen. Eerder zoek ik naar samenpakken (samenvatten).

Zelf had ik altijd het idee dat een christen dezelfde lijdensweg te volgen had als Jezus. Hoewel dat zeker niet is uitgesloten – kijk naar de vele landen waar christenvervolging plaatsvindt – is het geen automatisme. Jezus zegt wel in Matth. 10, 39 WV “Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, wie het verliest om Mijnentwil, zal het vinden.” Ik heb dat altijd heel zwaar opgevat: verliezen is dood gaan.

Nu hier in Cambodja, zie ik het anders. Niet minder of meer, en zeker niet te vergelijken met zendelingen die elders in de wereld in veel moeilijker omstandigheden dan wij hun werk doen, maar wel anders.

De keuze om het ‘gevonden leven’ achter te laten – met inbegrip van alles wat daarbij hoort aan kinderen, familie, vrienden, geneugten, vanzelfsprekendheden enz. – is een bewuste keuze geweest. Nu we hier wonen, wordt langzaam zichtbaar wat het betekent om ‘je leven te verliezen om Zijnentwil.’ Niets is meer vanzelfsprekend. Het gemis van je geliefden is pittig, zwakjes gezegd. De taal is anders, de cultuur is anders, de infrastructuur is anders, het (weg-)gedrag is anders, wat er wordt gegeten en gedronken is anders enzovoort. Dingen die thuis zo gewoon waren, zijn het ineens niet meer.

Een voorbeeld. De hoofdstand Phnom Penh is in korte tijd uitgegroeid tot een metropool van bijna 2 miljoen mensen. Voor Aziatische begrippen nog altijd een kleine stad, maar toch. De infrastructuur (wegen, riolen, kruisingen etc.) heeft geen gelijke tred gehouden met de snelle groei. En dat merk je dagelijks. Waar Europa langzaam is ontwikkeld en dingen dus met elkaar in hetzelfde tempo zich konden ontwikkelen, slaan dit soort landen vaak hele stappen over waardoor allerlei nieuwe problemen ontstaan. Denk in dit voorbeeld aan de motorisatie. Phnom Penh is in hoge mate gemotoriseerd. Fietsen hebben plaatsgemaakt voor brommers en motoren en het aantal auto’s is explosief toegenomen. Maar wandelpaden, parken, fietspaden en trottoirs zijn er niet. Als voetganger moet je dus dubbel op je tellen passen, want het systeem is gebaseerd op ‘gezien worden.’ Wordt je niet gezien door anderen, dan heb jij een probleem. Nu is het verkeerstempo laag, en hebben de Cambodjanen het ‘elkaar ontwijken’ tot ware kunst verheven, maar gevaar is er toch. Wij lopen dus weinig tot niet en gebruiken tuktuks om ons te verplaatsen van A naar B. Dat is het veiligst. Opmerkelijk en charmant tegelijk is, dat er in het verkeer niet wordt gescholden, gevloekt (zover wij weten), ook geen gesticulaties, alleen soms een venijnige blik, maar daar blijft het bij. Dat is vergeleken met het Westen een verademing.

Terug naar het lijden.

De wereld is er vol van. En we hebben er niet gelijk antwoord op, wel kunnen we er wat aan doen. Soms denk ik wel eens dat er armen en verdrukten zijn om compassie te kweken bij de medemens (Vgl.: de barmhartige Samaritaan, Luk. 10 WV). En inderdaad, hoe kun je de ogen sluiten voor het leed van anderen?

(De parabel van de goede Samaritaan, 18e eeuw, Messina, Chiesa della Medaglia Miracolosa, Casa di Ospitalità Collereale)

Naar mijn bescheiden idee zijn er twee soorten lijden in de wereld. Eén die we over onszelf hebben afgeroepen en nog afroepen, door gestelde grenzen over te gaan (de zondeval en haar gevolgen) en één die het gevolg is van het volgen van Christus (1 Petr. 1, 6-7 WV). Dat lijkt simplistisch maar is het niet. De eerste is universeel en geldt nog steeds, aangezien er nog geen sprake is van een nieuwe hemel en aarde. De tweede is een specifieke vorm, bedoeld om ons te vormen naar Zijn beeld.

En wat als een geliefde onder ons ziek wordt en overlijdt? Daar heb ik slechts ten dele antwoord op. Waarom moest ik mijn moeder missen op jonge leeftijd, terwijl mijn ontwikkeling als jongen tot volwassen man nog lang niet af was? Ja, haar ziekte en dood zijn een gevolg van de eerste categorie, zeker, maar waarom zij niet genas, hoewel gebeden, is en blijft voor mij nog steeds een raadsel. Daar kom ik niet uit. Nu, na zoveel jaar, heb ik het een plek kunnen geven, maar dat was niet eenvoudig. Met andere woorden, ook al kunnen we een verstandelijke verklaring vinden voor een dergelijke tragische gebeurtenis, het bevredigt niet.

Wat wel bevredigt is de hoop die God ons geeft. Niet de betekenis van het woordje ‘hoop’ zoals we in het Westen kennen, wat een grote mate van onzekerheid in zich heeft getuige de vele uitdrukkingen, zoals ‘ach, je moet er maar het beste van hopen’ en vele anderen. Met die definitie schiet je niks op.

Maar God’s hoop is een andere. Eén die zeker is. Jezus heeft hetzelfde lijden ondergaan als vele mensen in deze wereld en heeft het uiteindelijk niet overleefd. God heeft Hem echter uit de dood doen opstaan en daarmee is de belangrijkste vijand van de mens verslagen. Zijn opstanding is een primeur. Eén welke wij mogen volgen, door Hem simpelweg te geloven. Dat is een zekere hoop. Een hoop die uiteindelijk bewaarheid wordt, of we dat nu in dit leven nog meemaken of niet. Dat heeft God beloofd. En wat Hij belooft, maakt Hij waar (lees ook: Jes. 53 WV). Er is veel kritiek op het gezag en de authenticiteit van de Schrift, maar als je dat voor een moment eens even durft te parkeren en de lijn volgt van beloften in de Bijbel van schepping tot Openbaring, dan zie je één ding scherp en helder: wat er is gezegd is steeds uitgekomen. En zal uitkomen. Dat moet het gevolg zijn van een fijnmazige onszelf overstijgende regie, nietwaar? Geregisseerd vanuit de Cloud zou je kunnen zeggen (zie vorige artikel).

In tegenstelling tot alle andere religies en filosofieën, houdt de Bijbel ons voor dat lijden een realiteit is. Het blijft ons niet bespaard (Rom. 8, 32 WV). We kunnen er niet aan ontsnappen, wat in veel religies (Boeddhisme o.a.) centraal staat, noch is het een fatalistische realiteit, welke je maar moet ondergaan, zonder dat er enig uitzicht is (Islam). Maar als wij aangesloten zijn op de bron, dan is er hoop. Ondanks het lijden van de tegenwoordige tijd. En natuurlijk kunnen en moeten we heel veel doen om het lijden van anderen te verlichten. Niet met woorden van oordeel (Vgl.: Joh. 9, 1-12 WV), maar met daden.

(Hoofdafbeelding – Droognaald gravure, Rembrandt van Rijn, AD 1653, De drie kruisen)